God versus Maya

 

Wanneer een niet ontwaakt menselijk wezen sterft, sterft er slechts dwaling en misverstand. Iemand die niet zelfgerealiseerd is, is niet werkelijk, niet real.

Wanneer Waarheid zichzelf presenteert in deze wereld moet het zich zodanig presenteren dat onwetende en onware mensen in staat zijn het als een leugen te accepteren. Het moet zich noodgedwongen laten zien in de vormen en beelden van Maya (tijdelijke illusie), want het toont zichzelf aan de maya-geest van niet-ontwaakte mensen. Daar ontkiemt het als een zaadje, en als men het de kans geeft om te groeien, dan kan het iemand eventueel bevrijden uit het onware, oftewel doen ontwaken in het Ware.

Dit feit alleen al verklaart de diverse niveaus van realisatie en begrip. Sommigen, die nog maar kort het Pad van Bevrijding bewandelen, zullen denken dat ze alles weten. Ze hebben een klein glimpje van de Waarheid opgevangen, maar de sluiers van de geest en het lichaam besmetten dit visioen, verstoren het, en maken het slechts *gedeeltelijk* waar – wat betekent: NIET waar. Vanuit *hogere* niveaus op de stijgende ladder naar zelf-realisatie zullen deze glimpjes van Waarheid als vals herkend en begrepen worden. Ze zullen weerlegd worden door weer hogere niveaus van realisatie. Maar alleen iemand die het Zelf werkelijk volledig heeft gerealiseerd, kent de Realiteit. Alleen zij die alles weten, weten iets.

Zij “spreken” in het geheel niet, daar communicatie via woorden en vormen het overbrengen van dwaling en misverstand is, en zij kunnen en willen dat niet, want zij zijn de weldoeners van de mensheid, de dienaren van de ene Waarheid. Zoals de Tao Te Ching zegt, “Hij die weet, spreekt niet. Hij die spreekt, weet niet”.

Maar zelfs Lao Tse doorbrak Zijn stilte om iets te onthullen aan hen die niet zoals Hij waren. Toch moet ook zelfs deze korte tekst (Tao Te Ching) uiteindelijk losgelaten worden. De Boeddha vergelijkt Zijn leringen met een vlot dat verlaten moet worden vóór men de andere oever kan bereiken. Lao Tsu en Boeddha zijn slechts namen voor het Onnoembare.

Zij zijn niet menselijk in de gebruikelijke zin van het woord. We kunnen niet zeggen wat ze zijn voordat we Hen daadwerkelijk ZIJN, want pas dan weten we hoe het is om Hen te zijn. Maar we kunnen hen ook niet *worden*, want in staat van wording zijn is het tegenovergestelde van Zijn. Zijn onthult zichzelf aan Zijn, en als Zijn. We kunnen onze wil weliswaar gebruiken om de inhoud van onze geest en zijn maya teniet te doen, maar dat is alles.

Er wordt hoog opgegeven van “vrije wil”, maar feitelijk hebben we slechts twee keuzes: ons identificeren met Maya, of onze menselijke wil en ego onderwerpen aan het Zelf, opdat onze geest en zijn schaduwbeelden geleidelijk vernietigd worden. Wanneer we voor de eerste optie kiezen, zal elke daarop volgende *keus* al van tevoren vastgelegd zijn volgens de wet van oorzaak-gevolg, en wordt er karma gegenereerd.

Deze oorzaak-gevolg relatie is de drijvende kracht in ons leven, en onze totale huidige levenssituatie komt hieruit voort, of we deze nu als “goed” of “slecht” beoordelen naar menselijke maatstaven – oftewel *onechte* maatstaven. Alleen als de geest onderworpen wordt aan de wil, het ego opzij wordt gezet voor het Zelf, kan deze drijvende kracht gestopt worden.

Het Zelf is het onbeweeglijke punt in de as van het wentelende wiel van leven en dood. Als we ons identificeren met dat onbeweeglijke punt, dan worden we zelf ook onbeweeglijk. En als we op die manier stil worden, als de wolken van de geest stil komen te liggen, dan ZIEN we, en WETEN we. Karma stopt niet met *dood*. Het stopt niet voordat de energie van zijn oorzaak is uitgeput, het stopt niet voordat we onbeweeglijk zijn geworden. Karma en reïncarnatie bestaan alleen in de geest, en die opereert volgens de wetten van oorzaak en gevolg. Wanneer de geest wordt gestopt, stoppen zij ook en worden ze herkend als fantasieën.

De Waarheid leert ons het *absolute egocentrisme* van het universum van Maya. God zoekt God omdat al het andere niet werkelijk is. God, als Wezen, is het enige “ding” dat Bestaat, Existeert. Mensen, dieren, ET’s, sterrenkinderen, galactische federaties, oorlogen, zonde en dood *subsisteren* slechts. Zij zijn slechts *werkelijk* als schaduwen van het licht van het Ware – God. Schaduwen bestaan in de geest van de mens. De geest zelf is een schaduw, een weerspiegeling. Alles wat je ooit ervaren hebt zijn schaduwen. Het ego is het Zelf *gereflecteerd* door de sluiers van geest en lichaam, waar het (het Zelf) ogenschijnlijk eigenschappen aanneemt.

Het Zelf heeft geen eigenschappen in zichzelf, want, de ENIGE realiteit zijnde, kan het niet gerelateerd zijn aan iets anders – er Is niets anders, dus waaraan zou het gerelateerd kunnen zijn? Eigenschappen *subsisteren*, zij Existeren niet. Zij bestaan alleen in relatie tot *andere* kwaliteiten en hebben geen intrinsiek eigen bestaan. Ze bestaan alleen voor zover zij gegrondvest zijn in iets - het Zelf - dat *Echt* Bestaat en nooit kan stoppen te bestaan. “Zijn kan niet niet-Zijn, daarom Is Zijn altijd”. Het is eeuwig, zonder begin en zonder eind. Eigenschappen bestaan als *relaties* – goed kan niet bestaan zonder zijn relatie tot kwaad, en vice versa. Begrijp dit goed. Velen zeggen “kwaad is iets heel reëels in deze wereld”, en dat klopt, maar deze wereld is een fictie. Het is reëel, net als al het andere, tot we stoppen met dromen. “Alles wat ik ben en worden zal is deel van de droom, daarom is de droom voor mij realiteit”.

Als je het Zelf wilt ontdekken, dan moet je *uit* de droom stappen, en in die ruimteloze, tijdloze, eigenschaploze sfeer die bestaat in de eeuwigheid.

God mengt Zich niet in de droom. God is het Ware en *handelt* niet binnen het onware. Wanneer je uit de droom stapt zul je zien dat er in werkelijkheid niets bestaat naast God. Geen lijden, geen dood, geen ziekte, geen zonde, geen goed, geen kwaad, geen incarnatie, geen reïncarnatie. Je zult zien dat je niet sterven kan, omdat jij, het Zelf, nooit geboren bent. Alles in deze sfeer, ja, het ENIGE in deze sfeer, is het Zelf, dat noch begin noch einde heeft.

Hoe kom je daar?

Je komt er niet. Sta nog eens stil bij wat hierboven is gezegd. Alles wat je in deze wereld, in dit universum van ruimte en tijd ervaart, is onwerkelijk. Dus jijzelf ook, en ook “werkelijkheid” en “onwerkelijkheid”. Wanneer je een visioen hebt van God in deze wereld, is het per definitie misleiding, of een “werkelijk bestaande illusionaire realiteit”, wat hetzelfde is. Het is “God” gereflecteerd door de maya-geest en -lichaam. “Jij”, als een weerspiegeling van het Zelf, moet volledig verdwijnen. Je moet leren hoe “dagelijks te sterven”.

Je moet je door GEEN ENKELE notie laten misleiden. Je moet zelfs niet denken in termen van “Realiteit” en “Maya”, want alles in deze wereld bestaat alleen in relatie tot zijn tegenstelling. God bestaat in relatie tot “Niet God”, “zonde” in relatie tot “heiligheid”, *realiteit* in relatie tot *maya*. Als je jezelf dus uit een niet-bestaande illusie *probeert* te bevrijden en je de waarheid zoekt, dan zul je alleen maar verder aan de illusie “gebonden” worden. Dat is de tegengestelde kracht die geactiveerd wordt door het zoeken naar de ene “pool” van de magneet, waardoor je aangetrokken wordt door de andere pool. “Zij die zoeken naar bevrijding van het onheilige, zinken er alleen maar dieper in”.

Wat kunnen we dan WEL doen? We kunnen zoeken door niet-zoeken, en doen door niet-doen. Dan zal het geschenk van God ons vanzelf en voor niks gegeven worden. Het zal komen als door *Genade*.

Er is nog een andere onjuiste gedachte die we moeten verdrijven. God houdt niet van je. Als een afgescheiden bestaand *ding* heb je geen substantiëel bestaan los van God, en zo is er helemaal niets om lief te hebben. God schiep de mens niet uit liefde, want er waren helemaal geen mensen in de tijd van de schepping, en bovendien schept God niet en verricht hij geen handelingen. Handelen betekent energie en beweging, en is dus niet ‘Zijn’, want dat is onveranderlijk. Handeling en schepping vinden alleen plaats in de geest waar de wetten van actie en reactie, oorzaak en gevolg werkzaam zijn. “Zijn” DOET niets, het is alleen maar. Als God het enige is dat er bestaat, dan kan God alleen maar God willen. Dit is hoe het was in het (tijdloze) beginloze begin dat tevens het eindloze eind is. “Ik ben de eerste en de laatste, het begin en het eind”.

Als er nooit een tijd was dat God niet was, *wanneer* schiep God dan? Hij schiep niet. Dat heeft Hij nooit gedaan en zal Hij ook nooit doen. Schepping vindt alleen plaats in geest, ruimte en tijd. “Liefde” komt later, als een soort van eerste kenmerk, wanneer God zich *schijnbaar* verdeelt. Er moeten twee wezens zijn om liefde te kunnen laten gebeuren. Maar er zijn NIET twee wezens. Je kan niet iets wat Alles is in tweeën delen. Liefde behoort ook tot het rijk van illusie, maar het is als het ware het eerste dat zich voordoet. God *scheidt zich* in mannelijk en vrouwelijk, vader en moeder, echtgenoot en echtgenote, Shiva en Shakti, Geest en Materie, Bewustzijn en Energie, en Liefde bestaat als derde ding, namelijk als aantrekkingskracht tussen de beide tegenpolen. Dit is de bron van de ware leer van de Drie-eenheid. Mannelijk, Vrouwelijk, en Liefde daartussenin. Drie dingen.

En dit is voor God de enige manier om God te kennen – via weerspiegeling. In het Christendom zien we ook deze paradox van scheiding zonder deling; “In den Beginne was het Woord, het Woord was bij God, en het Woord WAS God”. Het Woord is Energie, of geluid/vibratie. Het weerspiegelt God en is niet van God gescheiden. Het is absolute Rede, wat ook de absolute aard en de oorzaakloze oorzaak van de Realiteit is. Het - d.w.z. Shakti - *doet* alles. Het schept, onderhoudt, en lost het manifeste universum op in God, om het vervolgens weer opnieuw voort te brengen. De hele schepping is niets dan God die verstoppertje met Zichzelf speelt!

Shakti is de weerspiegeling van Bewustzijns-Wezen Shiva. Alleen door Shiva’s onveranderlijke Licht kan Shakti zichzelf zien en zichzelf houden voor het enige iets dat bestaat. Het kan zich als het ware naar boven richten, en zich dan herkennen als een weerspiegeling van God, of het kan dat licht beschouwen als van haarzelf. Het laatste is volgens de Gnostiek de bron voor de Val van Sophia (Shakti) en haar telg: de onwetende schepper, de demiurg. Sophia (Shakti) wilde scheppen zonder haar Echtgenoot (Shiva in het Hindoeïsme). Ze KENDE haar Echtgenoot niet, omdat Hij onzichtbaar is, en slechts in haar *weerspiegeld* werd. Zij baart een *mismaakt, onvolledig schepsel*, een mismaakte gedachte of logos die zichzelf beschouwt als de enige realiteit en als de oorzaak van zichzelf, en dit schept op zijn beurt Maya, illusie. “Ik besta uit mijzelf als de oorzaak van mijzelf. Ik ben alles”, zegt dit kind. Hij ziet het Licht niet dat op hem reflecteert, evenals een oog zich niet om kan draaien om zichzelf te aanschouwen. “IK BEN dat IK BEN”. Ik ben God. Er is geen ander, en er is geen daar”.

Deze gedachte, dit waanidee van Sophia of Shakti schept een hele serie onjuiste emanaties/weerspiegelingen van zichzelf. Waar de energie van Shakti in zichzelf verdicht is door haar egocentrische of middelpuntzoekende aard, en dit resulteert in de schepping van lagere emanaties – materie en menselijke wezens met ego’s die, net als hun schepper Sophia, denken “ik ben het centrum van het bestaan”. Het resultaat is totaal in strijd met Waarheid, en dit uit zich niet alleen tussen mensen, maar tussen alles in het bestaan, inclusief “god” zelf (de onechte god). Het is ieder voor zich, want tenslotte is alles slechts een weerspiegeling van de op zichzelf gerichte gedachte van zijn schepper, en beschouwt alles zich dus als centrum van het bestaan. Geest en lichaam zijn gemaakt volgens deze gedachte, en reflecteren haar door ALLE niveaus van het organisme – denken, emotie, tot aan de meest basale instincten, Vandaar ook het mandaat van “overleven”: de vernietiging van alle tegenwerkende ego’s die dit mandaat zouden kunnen bedreigen.